Geschiedenis


In 1667 werd Suriname veroverd op de Engelsen. Via de vrede van Breda werd Suriname vervolgens met de Engelsen “geruild” tegen New York. Daarna kwam Suriname in 1682 in handen van de West Indische Compagnie (WIC), de stad Amsterdam en de heer van Sommelsdijck, die de eerste gouverneur van Suriname werd.

 

Plantage Peperpot is naar alle waarschijnlijkheid in deze periode gesticht voor het verbouwen van suikerriet. Mogelijk nog toen de Engelsen aan de macht waren tussen 1651 en 1660.

 

Plantage Peperpot heeft door de eeuwen heen verschillende eigenaren gehad. 

Eind 18e eeuw was baron van Essen eigenaar en begon de plantage op te bloeien. In deze periode werd er koffie en katoen verbouwd. Omstreeks deze tijd werd ook de grote, massieve koffieloods neergezet. Deze stond eerst op de plantage Kerkshoven aan de Warapperkreek en werd overgebracht naar de Peperpot. Op één van de bovenlichten was een raam geplaatst met het opschrift “Kerkshoven”. Dit raam wordt nu bewaard in het museum van het Fort Nieuw Amsterdam.

Het massief houten geraamte van de koffieloods staat nog steeds en is een fantastische blikvanger op Plantage Peperpot die veel mensen trekt. Er zijn plannen om deze koffieloods te restaureren.

 

Toen de slavernij in 1863 werd afgeschaft werden er op de Peperpot 51 slaven in vrijheid gesteld. De plantage moet net als andere plantages in Suriname overgaan tot contractarbeiders. De eerste contractarbeiders waren de Chinezen, daarna de Hindoestanen en daarna de Javanen. Ook de Creolen, die uit het binnenland kwamen werden contractarbeiders. In 1895 produceerde de plantage met 41 Creoolse arbeiders ruim18000 kg. cacao, 1900 bossen bananen, 225 dozen bacoves (kleine bananen) en 3400 kg. koorn. Eind 19e eeuw ging men plantages samenvoegen en werd Peperpot onderdeel van het plantagecomplex Mariënburg.

 

Begin 20e eeuw werd de familie Jansen eigenaar van de Plantage. De familie zorgde goed voor de plantage. De koffie- en cacaocultuur was in die tijd de belangrijkste inkomstenbron.