Flora en Fauna


Het Peperpot Nature Park heeft een grote diversiteit aan planten en dieren. Een bezoek aan het WNF Nature Park zal u dan ook verwonderen en is zeker een unieke ervaring.

Zo dicht bij de stad volop in de natuur.

 

Hieronder vast een voorproefje van enkele interessante soorten die u in het park kunt tegenkomen:

 

Kofimama (Erythrina glauca)
De kofimama is een flinke boom met gestekelde stam en takken. De veel- zadige peul bevat zwarte of bruine zaden die erg giftig zijn. In de droge tijd valt het blad af waarna de boom bloeit en verandert in een rood boeket. De boom verdraagt zeer goed vocht en was daarom de boom bij uitstek om te worden gebruikt als schaduwboom op koffie- en cacaoplantages. Nadeel was echter het kaal staan in de droge tijd waardoor er tijdelijk geen beschutting was voor de aanplant.

 

Koffie (Coffea sp.)
Koffiebomen zijn eerder klein waarvan de gevorkte bloeiwijze dicht opeenstaande, vrij grote, witte bloemen heeft. De vrucht, die koffiebes wordt genoemd, is bijna bolvormig en de schil kleurt rood bij rijping. Het is in feite een steenvrucht waarin zich twee kernen bevinden, omringd door een sappige, ietwat zoete pulp. Binnen elke kern ligt een zaad, de koffieboon. In Suriname werden verschillende soorten koffie geteeld, met elk zijn eigen voor- en nadelen.

 

Cacao (Theobroma cacao)

Toen de plant in Suriname als cultuurgewas werd ingevoerd wist men nog niet dat die ook in het wild langs de rivieroevers in het binnenland voorkwam. Dat werd pas ontdekt in 1917, ruimschoots nadat de eerste cacaoplantages waren aangelegd. De cacao is een relatief kleine boom. Uit het vruchtbeginsel groeit in 5 1⁄2 maand een grote vrucht die al naar gelang het ras nogal van uiterlijk kan verschillen. De rijpe vrucht bevat 40 plat-ovale zaden in 5 rijen die zijn omgeven door een zoetzure, eetbare pulp. In Suriname liet men pulp en zaden enkele dagen fermenteren waarna men de pulp wegwaste en de overgebleven zaden machinaal of in de zon droogde.

 


Zwartnek-arassari (Pteroglossus aracari)

De zwartnek-arassari is een zeer herkenbare toekan door de ivoorkleurige band langs de zwarte, lange snavel. Buiten de broedperiode leven ze in groepen die variëren van 6 tot 30 individuen. Het zoeken naar voeding, waaraan de meeste tijd wordt besteed, geschiedt eveneens in groepsverband. Voornamelijk fruit maar ook insecten staan op het menu. Om bij het gewilde fruit te komen, hangt de arassari soms zeer acrobatisch ondersteboven aan een tak. Tussen februari en augustus worden de nesten gebouwd door oude (of soms niet eens verlaten) nesten van spechten te bezetten en deze naar eigen smaak aan te passen.

 

Wegbuizerd (Buteo magnirostris)

De wegbuizerd is de meest algemeen voorkomende buizerd op Peperpot. Hij voedt zich voornamelijk met insecten, reptielen en kleine zoog- dieren. Tijdens de paartijd is de buizerd niet bepaald discreet en is zelfs eerder luidruchtig met een nogal klaaglijke schreeuw. Met uitzondering van het dichte bos past de wegbuizerd zich aan alle habitats aan. Zoals de benaming al doet vermoeden treft men hem vaak aan langs de weg. De wegbuizerd is sedentair en leeft alleen of in paren. Het nest, gemaakt van takken en bekleed met bladeren, is een solide constructie die zich in boomtoppen bevindt.

 

Monarch vlinder (Danaus plexippus)

Monarchs hebben een groot verspreidingsgebied. Monarchs verdragen echter geen vrieskou en hebben de aanwezigheid van Asclepias soorten (melkkruid), waarvan de meeste giftig zijn, nodig om te overleven. Monarchs zijn daarom ook giftig voor vogels en andere gewervelde dieren. In koudere klimaten migreren volwassen vlinders massaal, van augustus tot oktober, om te overwinteren, zoals bv naar Mexico waar miljoenen individuen in bomen huizen. Monarchs in tropische gebieden migreren niet maar zoeken hogere gebieden op in het droge seizoen. Hoewel de Monarch onder CITES geen speciale status heeft wordt de jaarlijkse migratie als een ‘bedreigd fenomeen’ aangemerkt door de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources.

 

Doodshoofdaap (Saimiri sciureus)
Monki-monki’s prefereren de tussenliggende hoogten van het tropisch regenwoud maar gaan door alle lagen van het woud heen wanneer ze op zoek gaan naar voedsel. Het dieet bestaat uit fruit maar ook spinnen en insecten worden gegeten, evenals wat bladeren en zaden. Zij leven in groepen die tot 30 individuen kunnen bestaan, maar de grootte van de groep wordt bepaald door de habitat waarin ze leven. De verschillende groepen vermijden elkaar waardoor er geen territoriale geschillen voorkomen. Monki-monki’s zijn actief tijdens de dag met activiteiten die voornamelijk plaatsvinden in de buurt van water. Monki-monki’s zijn zeer behendig en kunnen al rennend op takken door het regenwoud worden waargenomen.

 

Rolstaartaap (Cebus apella)

Keskesi’s zijn sociale aapjes die leven in groepen van 8 tot 15 dieren. De groep wordt geleid door een dominant mannetje dat het meest actief is bij het beschermen van de groep voor roofdieren en andere groepen apen. Fruit vormt een groot gedeelte van het dieet van de rolstaartaap. Zij kunnen, dankzij hun robuuste kaken, grote fruitsoorten eten, maar vegetatie, zaden, eieren, insecten, reptielen, vogels en kleine zoogdieren maken ook deel uit van het menu. Het zoeken naar voedsel is overigens een luide en destructieve activiteit. Van boom tot boom wordt de vegetatie weggerukt en noten opengekraakt door ze tegen takken te slaan. Keskesi’s zijn zeer op hun hoede voor roofvogels en uiten scherpe fluitsignalen wanneer die worden waargenomen.